Evidence-Based Healthcare Design

Kunnen we een ziekenhuis bouwen waarin patiënten zich prettiger voelen door de manier waarop het is gebouwd? Een ziekenhuis dat bovendien het personeel optimaal ondersteunt in hun werk? En kunnen we dat combineren met andere ontwerpeisen, zoals een gebouw dat zo laag mogelijke exploitatiekosten heeft en een laag energieverbruik? Deze uitdagende vragen vormen het startpunt van het project ‘Evidence-based Healthcare Design’ dat TNO heeft uitgevoerd, in samenwerking met onderzoeksafdeling van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA Onderzoek).

Naar Evidence-Based Healthcare Design (EBHD)
Veel weten we nog niet, over het effect van specifieke bouwkenmerken op patiënt en personeel. De (vele) keuzes die architecten en bouwkundigen maken zijn niet wetenschappelijk onderbouwd. Dit betekent overigens niet dat ze niet werken. Maar harde gegevens erover zijn er niet, althans niet over hoe een ontwerp als geheel van invloed is op diverse aspecten, zoals: welzijn, effectief kunnen werken en gevoel van veiligheid. Er bestaat weliswaar internationaal de werkwijze Evidence-based Design. Deze methode laat de prestaties van een ontwerp zien, maar wel pas achteraf, als het gebouw al is gebouwd. TNO heeft een methodiek willen ontwikkelen die het mogelijk maakt om vooraf en tijdens de bouw prestaties te voorspellen. In samenwerking met de BNA is onderzocht hoe dit voorspellende model kan worden opgezet en hoe het architecten kan ondersteunen bij het nemen van ontwerpbeslissingen.

De Methodiek
Jutta Hinterleitner, programmamanager van BNA Onderzoek: ‘Bij een nieuw te bouwen (of aan te passen) ziekenhuis is altijd sprake van een pakket met eisen waar het gebouw aan moet voldoen. Het management van het ziekenhuis bepaalt wat ze wil met een gebouw en onderhandelt hierover met de architect en aannemer.’ De onderzoekers begonnen dan ook in kaart te brengen welke Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) specifiek van belang zijn bij ziekenhuizen. Op welke inhoudelijke aspecten wil en kan een ziekenhuis zijn prestaties verbeteren? In dit onderzoek werden twee typen KPI’s geformuleerd: gebruikersprestaties en gebouwprestaties. Als gebruikersprestaties golden patiënttevredenheid en –welzijn, patiëntveiligheid, personeelstevredenheid, personeelsefficiency en bezoekerstevredenheid. De gebouwprestaties betroffen flexibiliteit, exploitatiekosten en duurzaamheid. Vervolgens wilden de onderzoekers relaties kunnen leggen tussen gebouwaspecten en KPI’s. Om dit helder te krijgen zijn zes architectenbureaus (waaronder Gortemaker Algra Feenstra), allen experts in de ziekenhuisbouw, uitgebreid geïnterviewd. Op basis hiervan zijn relatieschema’s gemaakt tussen gebouwaspecten en KPI’s, zogenaamde boomstructuren. Layla Lebesque, onderzoeker bij TNO: ‘Om uiteindelijk bij een voorspellend model uit te kunnen komen moesten we deze relaties in een numerieke waardering vertalen. Deze waardering geeft aan wat de effecten van gebouwaspecten zijn op KPI’s’.

Het Patiëntenperspectief op kamerniveau
In het project is voor één KPI, namelijk patiënttevredenheid en –welzijn, onderzocht of deze vertaling inderdaad gemaakt kon worden. Hiervoor zijn bestaande data gebruikt van het Rijnstate Ziekenhuis locatie Arnhem en Zevenaar. Het ging hierbij om 365 patiënten die zijn ondervraagd over hun kamer. Patiënttevredenheid en –welzijn werden uitgesplitst in zes onderliggende indicatoren die bepalen of de patiënt zich tevreden en prettig voelt: behaaglijkheid, autonomie, comfort, veiligheid, sociaal comfort (zoals voldoende afleiding) en privacy. Deze aspecten zijn afgezet tegen bepaalde gebouwaspecten op kamerniveau. In boomstructuur aan de rechterkant (klik op de afbeelding om te vergroten) zien we de patiënttevredenheid en -welzijnboom. Alleen de gebouwaspecten die door meer dan drie van de deelnemende architectenbureaus werden genoemd worden getoond. Het blauwe deel toont prestatie-indicatoren, het gele deel gebouwaspecten.
Eliane Schreuder, onderzoeker bij TNO: ‘Het is belangrijk te begrijpen dat we een ontwerp nodig hebben om dit model te kunnen gebruiken. We voeren ontwerpaspecten in en vervolgens rekent het model uit hoe dit ontwerp scoort op bijvoorbeeld ruimtelijk comfort, of andere aspecten waar je helderheid over wilt.’

Eerste resultaten
Eerste resultaten met betrekking tot patiënttevredenheid- en welzijn geven het volgende beeld. Ruimtelijk comfort en veiligheidsgevoel hebben het grootste effect op patiënttevredenheid en -welzijn, sociaal comfort scoort relatief gezien het laagst. De waardering van het uitzicht vanuit het bed naar buiten (onderdeel van ruimtelijk comfort) is hoger als de oppervlakte van het raam groter is, de borstwering lager geplaatst is en er meer lucht en groen te zien is. Daarnaast is de mate van beperking van de toegang voor onbevoegden de belangrijkste bepaler van het veiligheidsgevoel van patiënten. De snelheid waarmee ze het licht kunnen aandoen is een goede tweede. Vooral luchtkwaliteit bepaalt of een patiënt zich behaaglijk voelt, gevolgd door hygiëne, temperatuur, geur en geluid(overlast). Er bleken grote verschillen te bestaan bij diverse doelgroepen. Zo zijn mensen positiever over hun kamer als ze ouder zijn dan 65, laagopgeleid en minder ernstig ziek. Hun geslacht en hoe lang ze er moeten liggen doen er minder toe.
Eliane Schreuder: ‘Het is belangrijk te beseffen dat dit nog geen gegevens zijn die we generiek kunnen gebruiken. Maar toch: we hebben op bescheiden schaal laten zien dat het kán, een model met voorspellende waarde maken, dat de architect kan gebruiken om zijn ontwerpkeuzes te onderbouwen. We gaan in een nieuw kennisontwikkelingsproject de data verder analyseren en bekijken hoe we het model bruikbaar kunnen maken voor architecten of andere gebruikers, zoals beheerders van ziekenhuizen. Ook gaan we opzoek naar nieuwe data van bestaande ziekenhuizen. Dit maakt ons model beter, meer generiek toepasbaar.’

 

 

Boomstructuur patienttevredenheid en - welzijn